
Chimpansee en de andere primaten
Twintig primatensoorten in één land, waarvan dertien in één bos. De chimpansee is de bekendste, maar niet de enige reden om het bos in te gaan.
De enige mensaap die in aantal groeit. Leeft in twee gebieden ter wereld, waarvan er één in Oeganda ligt.
Twee plekken op aarde herbergen deze ondersoort: het woud van Bwindi met het aangrenzende Sarambwe, en de vulkanenketen op het drielandenpunt in het uiterste zuidwesten. Tussen beide gebieden ligt een strook akkerland van een kilometer of dertig.
Geen enkele dierentuin ter wereld houdt deze ondersoort. Alle pogingen daartoe in de vorige eeuw liepen op niets uit. Alles wat er is, leeft buiten, en dat maakt de ontwikkeling van het aantal des te opvallender: van ongeveer 250 dieren in het Virungamassief in de jaren tachtig tot boven de duizend nu.

Een familie telt doorgaans tien tot twintig dieren en wordt geleid door één volwassen mannetje, de zilverrug. Die naam komt van de zilvergrijze rugbeharing die mannetjes rond hun twaalfde krijgen. Een zilverrug weegt honderdvijftig tot tweehonderd kilo, ongeveer het dubbele van een volwassen vrouwtje.
De zilverrug bepaalt waar de groep eet, waar hij slaapt en wanneer hij verplaatst. Jonge mannetjes verlaten de groep rond hun elfde en leven soms jaren alleen voordat ze zelf vrouwtjes aantrekken.
Berggorilla's zijn vrijwel volledig plantenetend. Een volwassen dier verwerkt dagelijks vijftien tot dertig kilo bladeren, stengels, bamboescheuten en schors. Vlees ontbreekt, insecten worden incidenteel gegeten.
Elke avond bouwt elk dier boven de drie jaar een nieuw nest, van omgebogen takken en bladeren. Dat nest wordt de volgende ochtend achtergelaten. Voor onderzoekers is dat handig: het aantal nesten op een plek geeft precies aan hoeveel dieren er die nacht sliepen.
Achter die afstand zit één zorg: besmetting. Het erfelijk materiaal van deze dieren komt voor ruim negenennegentig procent overeen met dat van mensen, waardoor griep- en verkoudheidsvirussen bij hen aanslaan zonder dat er weerstand tegenover staat.
Duizend dieren op twee locaties blijft weinig. De grootste zorg is ziekte: één uitbraak van een luchtwegvirus in een familie kan een aanzienlijk deel wegvagen. Daarnaast zijn strikken die voor antilopen worden gezet een terugkerend probleem; jonge gorilla's raken erin verstrikt.
Op termijn knelt de ruimte. Het woud ligt als een eiland midden in akkerland waar veel mensen wonen; groeien kan het niet. Vroeg of laat stuit het aantal dieren daardoor op een bovengrens.
Iets meer dan duizend, verdeeld over twee gebieden. De recentste volledige telling kwam uit op 1063 exemplaren.
Luchtwegvirussen van mensen slaan bij deze dieren aan zonder dat hun afweer erop is ingesteld. Een doodgewone verkoudheid kan er fataal aflopen.
Ze zijn krachtig maar niet agressief tegenover mensen die zich rustig gedragen. Een schijnaanval komt voor als waarschuwing; de instructie is dan stilstaan of rustig achteruit bewegen.
Wat Elizabeth Tours over trekkingen in Bwindi schrijft, staat op elizabeth-tours.com.

Twintig primatensoorten in één land, waarvan dertien in één bos. De chimpansee is de bekendste, maar niet de enige reden om het bos in te gaan.

Olifant, leeuw, luipaard en buffel zijn er allemaal. De neushoorn ontbreekt in het wild en leeft alleen nog in een opvanggebied.

Ruim duizend soorten op een oppervlak kleiner dan het Verenigd Koninkrijk. De schoenbek trekt de aandacht, de bergsoorten van de slenk zijn de zeldzaamste.