
Centraal Oeganda en het Victoriameer
Waar elke reis begint. De luchthaven, de hoofdstad op zijn heuvels, papyrusmoeras met de schoenbekooievaar en de noordelijke oever van het grootste meer van Afrika.
Het noordoosten: dorenstruik en losse bergen, het gebied van de Karamojong en een nationaal park waar bezoekers soms een halve dag geen ander voertuig tegenkomen.
Op een oppervlak dat Belgiƫ benadert, wonen hier nog geen anderhalf miljoen mensen. Dorenstruik, losse rotsmassieven en veel horizon: dit is de dunst bevolkte hoek van het land.
Lange tijd was doorreizen hier af te raden vanwege gewapende veeroof tussen clans. Een ontwapeningscampagne die jaren duurde, veranderde dat; sinds ongeveer 2010 liggen de hoofdroutes open. Wat niet veranderde, is het bezoekersaantal, en juist dat geeft de streek haar toon.

Kidepo Valley National Park ligt tegen de grenzen met Zuid-Soedan en Kenia. Het bestaat uit twee valleien: de Narusvallei in het zuidwesten, die het hele jaar water houdt en daardoor het wild concentreert, en de drogere Kidepovallei in het noordoosten met doempalmen en een zandrivier.
Zes soorten staan uitsluitend op de lijst van dit park: de cheeta, de karakal, de gestreepte hyena, de kleine koedoe, de Beisa-oryx en de struisvogel. Geen ander beschermd gebied in het land heeft ze. Daarnaast trekken buffels er in kudden van honderden door de Narusvallei, een schaal die nergens anders in Oeganda voorkomt.
Taalkundig en cultureel horen de Karamojong bij dezelfde groep als de Turkana aan de Keniaanse kant en de Toposa in Zuid-Soedan. Runderen zijn hier meer dan bezit: ze regelen aanzien, bruidsgift en de verhouding tussen families. Gewoond wordt er in een manyatta, een omheind erf van gevlochten takken met binnenin hutten rond een plek voor het vee.
Een bezoek verloopt via organisaties die vooraf met het dorp afspreken wat er te zien is en hoeveel er blijft hangen. Verderop, aan de zuidkant van het park, verheft zich Morungole. Op die hellingen woont de Ik, een gemeenschap van enkele duizenden mensen met een eigen taal.
De stad Moroto zit tegen een uitgedoofde vulkaan van 3083 meter aan. Wie naar boven wil, is twee dagen onderweg en passeert onderweg vier plantengordels. Dichter bij de bewoning liggen halvedagtochten en de rotstekeningen bij Nakapelimoru.
Zuidwaarts strekt Pian-Upe zich uit over ruim tweeduizend vierkante kilometer, waarmee het na Murchison Falls het grootste beschermde gebied van Oeganda is. De dichtheden liggen laag en de voorzieningen zijn eenvoudig, maar roan-antilope, elandantiloop, struisvogel en cheeta komen er voor.
| Van | Naar | Km | Duur |
|---|---|---|---|
| Mbale | Moroto | 220 | 4:00 tot 5:00 |
| Moroto | Kidepo | 200 | 5:00 |
| Kitgum | Kidepo | 160 | 4:00 |
| Kampala | Kidepo | 570 | 10:00 tot 12:00 |
| Entebbe | Lomej, per vliegtuig | - | 2:00 |
Drie nachten in Kidepo maakt de reis erheen zinvol. Wie Karamoja meeneemt, telt er twee bij voor Moroto en de gemeenschappen onderweg.
Wie leegte en savanne zoekt, zegt achteraf vrijwel altijd ja. Het park hoort bij de sterkste van de regio en van gedrang is geen sprake. Onder drie nachten wordt de verhouding tussen rijden en kijken wel scheef.
Dat is de gebruikelijke combinatie. Via Gulu en Kitgum zit er ongeveer acht uur tussen, doorgaans opgeknipt met een overnachting.
Karamoja en Moroto komen ook langs op elizabeth-tours.com.

Waar elke reis begint. De luchthaven, de hoofdstad op zijn heuvels, papyrusmoeras met de schoenbekooievaar en de noordelijke oever van het grootste meer van Afrika.

Steile heuvels tot bovenaan bewerkt, meren tussen de ruggen en het bos waarin de helft van alle berggorilla's leeft. Het hoogst gelegen en koelste deel van het land.

Zestig kratermeren tussen theeplantages, een regenwoud met dertien primatensoorten en een gebergte van ruim vijfduizend meter met ijs op de evenaar.